skip to Main Content
Lettergrootte: A- A+

Voorkomen van blindheid in het tweede oog

Introductie

Ieder jaar groeit de groep slechtzienden in Nederland. De belangrijkste oorzaak hiervan is een toename van het aantal patiënten dat lijdt aan natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD), een aandoening van het netvlies waarbij vocht ophoopt onder het netvlies door lekkage uit nieuwgevormde bloedvaten. Slechtziendheid in twee ogen heeft een vernietigende impact op het alledaagse leven. Verschillende onderzoeken rapporteren dat LMD patiënten een significante lagere kwaliteit van leven hebben als gevolg van hun oogaandoening. Natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie begint meestal in één oog. De kans dat het tweede oog eveneens natte LMD ontwikkelt is 10% per jaar. Deze kans loopt op met het toenemen van de leeftijd. Voor de individuele patiënt is het van groot belang te weten hoe groot zijn/haar risico is om aan twee ogen slechtziend te worden. Helaas kan men met de kennis van nu nog niet voorspellen welke patiënten de grootste kans hebben om aan twee ogen natte LMD te ontwikkelen. Recent is men begonnen met het verzamelen van patiënten met aan één oog natte LMD om over die over de tijd te gaan volgen. Het tweede oog is bij aanvang van de studie nog vrij van natte LMD en daarom zal er op zoek worden gegaan naar factoren waarmee de betrokkenheid van het tweede oog voorspeld kan worden. Een beter inzicht in wie behoren tot de meest kwetsbare groep van patiënten kan voor deze mensen van grote waarde zijn.

Vroegtijdige detectie van natte LMD kan bijdragen aan preventie van tweezijdige slechtziendheid. Bovendien geeft het de mogelijkheid voor patiënten om maatregelen te nemen om zelf het risico te verkleinen en achteruitgang te remmen.

Normaal netvlies met de macula als centrum.

Bloeding achter de macula uiteindelijke littekenvorming

Doelstellingen

Met dit onderzoek zal meer inzicht verkregen worden in het proces van ontwikkeling van natte LMD in het tweede oog. Door een groep patiënten met natte LMD aan één oog door de tijd heen te volgen kunnen de onderzoekers de snelheid van achteruitgang in het tweede oog monitoren en de daarbij betrokken factoren identificeren. Resultaten van verschillende beeldvormende technieken worden samen genomen en er wordt in het bloed op zoek gegaan naar zogeheten ‘biomarkers’ voor progressie. Uiteindelijk worden alle betrokken factoren samengevoegd tot een voorspellend model.

Opzet van de studie

Dit is een prospectieve observationele studie, dat wil zeggen dat naar het natuurlijk beloop van een aandoening wordt gekeken door patiënten een tijdlang te volgen. In de studie worden patiënten met een natte LMD aan één oog betrokken. Deze groep zal gedurende twee jaar iedere zes maanden geobserveerd worden. Hierbij ligt de focus op het tweede oog, dat nog vrij is van natte LMD. Met behulp van verschillende beeldvormende technieken wordt het natuurlijk beloop van de LMD in het tweede oog nauwkeurig vastgelegd. Bij elk bezoek worden de volgende onderzoeken uitgevoerd: kleurenfoto’s van het netvlies, optische coherentie tomografie (OCT), OCT-angiografie (OCTA) en microperimetrie. Daarnaast wordt er bij elk bezoek bloed afgenomen voor opslag van plasma en serum. Op deze manier kunnen de onderzoekers kijken naar factoren in het bloed en hun relatie met de achteruitgang van het tweede oog. Het gaat hierbij om factoren waarvan bekend is dat die betrokken zijn bij de ontwikkeling van LMD.

Dat zijn onder andere factoren die een rol spelen in ons afweersysteem, vetzuren, antioxidanten en vitaminen, alsook erfelijke factoren. Door deze factoren bij elk bezoek te bepalen, wordt inzicht verkregen in de veranderingen die zich in de loop van de tijd (en dus gedurende de ziekteontwikkeling) afspelen. Middels vragenlijsten wordt de leefstijl van de deelnemers (o.a. rookgedrag, voedingspatroon, beweegpatroon) in kaart gebracht en de resultaten daarvan kunnen gekoppeld worden aan de ziekteontwikkeling en de gemeten bloedwaardes.
In de laatste fase van de studie worden alle relevante uitkomsten die gerelateerd zijn aan ontwikkeling van natte LMD in het tweede oog samengevoegd in een voorspellend model. Hiermee kunnen de onderzoekers aan de oogartsen een handvat bieden om juist die patiënten te selecteren die het grootste risico lopen om aan beide ogen slechtziend te worden.

Relevantie

De ontstaanswijze van LMD is complex. Er spelen meerdere factoren een rol bij het beloop waaronder erfelijke factoren en leefstijl. LMD is progressief en een deel van de patiënten loopt risico aan twee ogen slechtziend te worden door deze aandoening. Voor de meeste patiënten zal het vooruitzicht dat zij wellicht slechtziend zullen worden een beangstigende gedachte zijn. De ogen spelen immers een belangrijke rol in het dagelijkse leven. Slechtziendheid – als gevolg van LMD, of een andere oogziekte – heeft een negatieve impact op de kwaliteit van leven. Deze angst speelt nog meer een rol bij patiënten waarbij één oog reeds natte LMD heeft ontwikkeld.

Met het hierboven beschreven onderzoek kunnen we meer inzicht krijgen in de factoren die een rol spelen bij het ontstaan van natte LMD in het tweede oog, en daarmee dus op het risico om aan twee ogen slechtziend te worden. Diepgaand, gedetailleerd onderzoek van het ontstaan en natuurlijk beloop van natte LMD in het tweede oog kan helpen bij de bepaling van het optimale moment om te starten met behandeling. Daarnaast kan een betere voorspelling van het ontstaan van natte LMD in het tweede oog oogartsen helpen om de patiënten die het meeste risico lopen beter te begeleiden en bij hen actiever aan te sturen op bewezen effectieve leefstijlinterventies.

De onderzoeksleider van dit onderzoek is dr. Y.T.E. Lechanteur van het Radboudumc. Om de eerste fase van dit onderzoek verder op te pakken is € 200.000 nodig. Hiervan is ruim € 120.000 nodig voor de aanstelling van een promovendus die het onderzoek zal uitvoeren. Daarnaast is zo’n € 40.000 begroot voor datamanagement, publicatiekosten en vergoeding van reiskosten van de deelnemende patiënten. Tot slot is nog eens zeker € 40.000 nodig voor de bepalingen van verschillende factoren in het bloed.

Back To Top